Deze maand zat ik te lunchen met een vriendin in een sushirestaurant. Beide hadden we onderweg wat file-vertraging opgelopen. Dit resulteerde zowel in haar als in mijn geval in een behoorlijke druk op de blaas. Nadat de ober ons een plaats had toegewezen, stond zij dan ook bijna direct op om naar het toilet te gaan. Ik bleef achter om op onze spullen te letten, terwijl ik voelde dat de spanning in mijn blaas verder begon op te lopen. Ter afleiding besloot ik mijn iPhone even te pakken.
-Even een kort intermezzo- Is het eigenlijk niet gek dat mensen spreken van een iPhone zodra ze er één hebben, terwijl alle andere merken gewoon met de aanduiding “mijn telefoon” door het leven moeten gaan.
Maar goed, ik zit dus mijn hoge nood te onderdrukken in een sushirestaurant door mijn mail weg te werken. Dit blijkt een beproefde remedie, die ook ditmaal weer soulaas biedt. Tegen de tijd dat mijn tafelgenoot weer aanschuift, haalt zij mij uit mijn e-mailverkeer met de woorden: “Jij moest toch ook naar de wc?”
Ik typ snel mijn laatste zin af en verstuur tijdens het lopen mijn mail. Terwijl ik bij het urinoir sta en mijn blaas zich weer in normale vorm begint terug te vormen, voel ik in mijn broekzak alweer een antwoordmail binnen komen. Ik weersta de verleiding om deze te bekijken tot net na het handen wassen. Daarna loop ik al lezend weer richting de tafel van het restaurant.
Daar vind ik mijn vriendin die inmiddels een foto van de menu-kaart op twitter heeft geplaatst. Grappig, bedenk ik me terwijl ik aanschuif: we zijn zo slecht geworden in wachten. Ieder moment van de dag vullen we op met het bekijken, of het versturen van berichten via internet. In de rij voor de kassa, in de file, als je te vroeg bent op een afspraak, sommigen zelfs op de wc, al die tijd wordt opgevuld met dataverkeer. (Niet gek dat de telefonie aanbieders hebben besloten om het onbeperkte internet te gaan beperken.)
Maar wat deden we vroeger eigenlijk in die tijd?
Stel, je stond in de rij voor de kassa, dan keek je eens om je heen. Knikte iedereen vriendelijk toe, keek licht geamuseerd naar een jongetje dat bij zijn moeder tot vervelends toe bleef zeuren om een rolletje Rolo. Zag het meisje achter je, dat alleen maar één pak melk kwam halen en liet haar voor gaan.
Stel, je stond in de file, je keek om je heen naar andere auto’s. Maakte contact met je buurman of buurvrouw, betrapte een keurige zakenman terwijl hij met zijn vinger tot ongekende hoogte zijn neus binnen probeerde te dringen en besloot dan snel om het mogelijk ranzige vervolg van dit tafereel niet verder te bekijken. Je keek naar de belettering van de loodgietersbus die voor je reed en besloot, nadat je hem had ingehaald om de bestuurder eens goed te bekijken, dat je het slecht leesbare mobiele nummer, toch maar niet ging bellen om te vragen of hij tijd had om je CV-ketel te vervangen.
Stel, je was te vroeg op een afspraak met een vriend of vriendin. Dan stond je gerust 15 minuten in een troosteloos winkelcentrum te kijken naar de mensen die voorbij kwamen. Keek met plaatsvervangende schaamte naar de treurige manier waarop die iets te oude midlife crisis man indruk op zijn te jonge vriendin probeerde te maken op een terrasje in de zon. Je zag hoe een zwerver met een glimlach probeerde zijn straatkrant te verkopen aan de mensen die langs kwamen en besloot er één bij hem te gaan halen.
En nu? Zien wij dat meisje met dat pak melk bij de kassa nog wel? Hoe vaak is het jou overkomen, dat je in de file bijna op je voorganger zat omdat je aan het sms’en was tijdens het rijden? Hoe vaak bel jij al 5 minuten voordat je aankomt een vriend om te vragen hoe laat hij verwacht er te zijn? We zijn zo slecht geworden in wachten. Maakt de mobiel ons asociaal of zijn wij dat zelf? Wat ik hier erg aan vind, mensen gunnen zichzelf de rust niet meer. Leven steeds meer digitaal dan in het nu.
Wat ik misschien nog wel het ergste vind, is dat het me zo weinig moeite heeft gekost om bovenstaande voorbeelden te bedenken. Vanochtend zag ik mijn zoontje van twee met zijn speelgoedtelefoon oma bellen. Hij liep naar een rustige hoek van de kamer, draaide zijn rug naar mij toe en zonderde zich af, ik weet dat hij mijn gedrag kopieert. Kan ik het tij nog keren?